Nummer vier is geen bestemming

Afgelopen weekend zat ik met mijn schoonvader aan tafel. Het gesprek ging, zoals vaker, over alles wat er volgens hem niet klopt in Nederland: de woningmarkt, immigranten, Box 3, erfbelasting, de linkse politici. Op een gegeven moment zei hij dat Italië eigenlijk een veel beter land is.

Ik moest lachen. Niet omdat ik Italië niet mooi vind, integendeel, maar omdat een Italiaanse vriend me twee maanden geleden precies het omgekeerde vertelde. "Italië is prachtig", zei hij. "Het eten is geweldig, het landschap ook. Maar de rest? Niet te doen. Wat een bureaucratie."

Nederlanders kijken naar Italië en zien een land dat weet hoe je leeft. Italianen kijken naar Nederland en zien een land dat zijn zaken op orde heeft. Allebei hebben ze een beetje gelijk.


Twee antwoorden op twee verschillende vragen

Later die dag las ik toevallig in het FD over de Lijst der Lijsten: een overzicht dat vier internationale ranglijsten bij elkaar optelt. Concurrentiekracht, innovatie, ontwikkeling en geluk. Nederland staat op plaats vier. Italië stond er niet op maar schijnt op negenentwintig te staan.

Je zou denken dat de discussie daarmee beslist is. Vijfentwintig plaatsen verschil is geen afrondingsfout. Ik kreeg de neiging om hem het artikel te appen, maar hield me in. Hij zou er niet van onder de indruk zijn, denk ik. Zijn klachten gingen over Box 3 en erfbelasting, maar onder al dat gemopper zat geen rekensom. Er zat een gevoel onder: hoe een land aanvoelt.

Dat gevoel komt ergens vandaan. Het nieuws stopt niet meer, en wie er elke dag naar kijkt, gaat zijn eigen land door een donkere lens zien. In mijn boek Van Meer naar Mooier noem ik het tegengif mooier denken: niet alleen vragen wat iets oplevert, maar ook of het klopt. Prins Mysjkin, de idioot van Dostojevski, ziet alles wat er misgaat en weigert toch cynisch te worden. Cynisch worden helpt niet. Wie cynisch is, ziet door de bomen het bos niet meer en kiest geen bestemming.

De lijst en de keukentafel beantwoorden verschillende vragen. De lijst zegt hoe we het doen. De keukentafel vraagt of dit het land is waarin je wilt leven. Wie het eerste antwoord gebruikt om het tweede gesprek te winnen, overtuigt niemand. "We staan vierde, dus wat zeur je" heeft nog nooit iemand van gedachten doen veranderen.


Een positie is geen bestemming

Stel dat Nederland volgend jaar derde staat in plaats van vierde. Wat hebben we dan bereikt? En als we eerste worden: zijn we dan waar we willen zijn?

Waarschijnlijk niet. Een positie op een lijst vertelt waar je staat ten opzichte van anderen. Ze vertelt niet waar je naartoe gaat. Toch praten we steeds vaker over landen alsof de score zelf het doel is. Meer groei, meer productiviteit, meer innovatie, meer koopkracht.

Economen kennen het risico als de wet van Goodhart: zodra een maatstaf een doel wordt, verliest hij zijn waarde als maatstaf. Je gaat sturen op het getal en vergeet waar het getal voor stond.

Die cijfers zijn nuttig. Maar het zijn middelen, en over het doel waarvoor we ze inzetten gaat het opvallend weinig. Wat voor land willen we zijn? Wat hopen we dat onze kinderen later over Nederland zeggen? Waar willen we over twintig jaar trots op zijn?

Dat die vragen zelden gesteld worden, is geen toeval. Ze zijn ongemakkelijk. Achter een score kan iedereen zich scharen, want een hogere plek kost niemand iets. Een bestemming dwingt tot kiezen. Wie zegt waar hij trots op wil zijn, zegt ook wat daarvoor mag wijken.


Bedrijven doen hetzelfde

Ik zie het bij organisaties precies zo gebeuren. Vrijwel elk bedrijf kan je direct vertellen hoeveel groei het wil realiseren. Veel minder bedrijven kunnen uitleggen wie ze willen zijn.

Dat lijkt een zachte vraag naast een hard doel. In de praktijk is het andersom. Een groeidoel zegt niet welke klant je weigert, welke kans je laat lopen of wat je doet als het tegenzit. Een helder beeld van wie je wilt zijn doet dat wel. Het beslist mee in honderden kleine keuzes waar geen directie bij aanwezig is.

Het is ook wat mensen bindt. Niemand blijft ergens werken voor acht procent groei. Mensen blijven omdat ze weten waar ze aan bouwen. Daarom bepaalt wie je wilt zijn uiteindelijk of die groei duurzaam lukt.


Een score is geen kompas

Misschien is dat de les van nummer vier. Een lijst kan vertellen hoe goed we het doen. Richting geven kan ze niet. Een score kijkt achterom. Een kompas kijkt vooruit.

Van dat tweede hebben we meer nodig. Aan de keukentafel, in Den Haag en in de bestuurskamer. Een gesprek over onze positie hebben we al vaak genoeg gevoerd. Het gesprek over onze bestemming moet nog beginnen.

De mooiste resultaten ontstaan zelden doordat je op het resultaat stuurt. Ze ontstaan doordat je weet waar je naartoe wilt, en dan lang genoeg samen dezelfde kant op blijft lopen.

Share

Leef je Merk  |  Rob Westerik
Van Duvenvoordestraat 76
2361 JV Warmond
Tel +31 6 290 870 45
E-mail rob@leefjemerk.nl

Leef je Merk  |  Rob Westerik
Van Duvenvoordestraat 76
2361 JV Warmond
Tel +31 6 290 870 45
E-mail rob@leefjemerk.nl